Pagina

Begrippenlijst

Alle begrippen uit de lesstof, gekoppeld aan Schoolwoorden.nl.

A

Advocaat

Persoon die een partij (persoon, bedrijf etc.) bij staat tijdens een strafzaak. Wordt ook wel raadsman of raadsvrouw genoemd.

Agenda functie

Maatschappelijke problemen onder de aandacht brengen. Een politieke mediafunctie (Democratische besluitvorming). De media zorgt ervoor dat maatschappelijke problemen onder de publieke en politieke aandacht komen. Journalisten gaan op zoek naar maatschappelijke vraagstukken of problemen om ze vervolgens onder de aandacht van de burgers te brengen.

Agendatheorie

De agendafunctie van de massamedia houdt in dat media bepalen waarover veel mensen praten. Massamedia selecteert uit de hoeveelheid beschikbare informatie onderwerpen die veel en andere die weinig aandacht krijgen. Daardoor bepalen zij de onderwerpen die aandacht krijgen van het grote publiek. Ze bepalen de gespreksagenda. Ook op de politieke agenda hebben de media veel invloed: de politici zien, horen en lezen dingen waar ze iet mee willen.. Ook bestaan nog de injectienaaldtheorie, de multi-step-flow theorie, de media als betekenisgever en de theorie van selectieve perceptie.

Algemene Beschouwingen

Debat waarbij de coalitiepartijen en oppositiepartijen feedback geven op plannen en miljoenennota (begroting) van het kabinet. Het kabinet maakt ieder parlementair jaar nieuwe plannen en daarbij een nieuwe begroting (op basis van het regeerakkoord wat de coalitiepartijen aan het begin van de kabinetsformatie hebben gemaakt). Dit jaar begint altijd op de derde dinsdag van september tot het jaar daarna. Het staatshoofd (de Koning) leest de nieuwe plannen en begroting voor: de Troonrede. Daarna gaat de Minister van Financiën met de miljoenennota (begroting) naar de Tweede Kamer. De dagen daarna praat debatteert de minister-president samen met de andere ministers met de leden van de Tweede Kamer over de plannen. De politieke partijen in de Kamer zeggen dan waar ze het mee eens zijn of doen zelf andere voorstellen. Deze debatten duren enkele dagen en noem je de algemene beschouwingen.

Allochtoon

Persoon die zelf of waarvan een ouder in het buitenland is geboren.

Amusementsfunctie

Het amuseren (vermaken), zoals series of games. Ook wel de entertainmentfunctie genoemd. Een algemene mediafunctie (Cultuuroverdracht).

Arbeidsinspectie

Controleert of bedrijven en organisaties zich aan de arboregels en arbeidsvoorwaarden houden. Kunnen boetes opleggen of een bedrijf sluiten als deze zich er niet aan houdt.

Arbeidsomstandigheden

De omstandigheden waarin je werkt (gebouw, kleding, werktijden, etc.). De omstandigheden waarin je werkt dienen aan eisen te voldoen. Zo heb je bij een kantoorbaan recht op een goede bureaustoel, moet een werkomgeving binnen een prettige temperatuur hebben, moet je op de bouwplaats een helm dragen en heb je recht op een speciale computermuis als je dat nodig hebt.

Arbeidsverdeling

Het onderverdelen van werk over verschillende personen. Eén hoofdtaak (bijv. het in elkaar zetten van een auto) wordt dan opgesplitst in subtaken (de motor in elkaar zetten, de stoelen maken, de auto schilderen etc.). Zo kunnen er specialisten ontstaan en kan de auto efficiënter (goedkoper, makkelijker, sneller) in elkaar kan worden gezet. Tegenwoordig is er (in de westerse wereld) een ver doorgevoerde maatschappelijke arbeidsverdeling. Zo verbouwen boeren graan, bakken bakkers het brood en verkopen supermarkten het.

Arbeidsvoorwaarden

De voorwaarden waaronder je werkt: loon, werktijden, vakantiedagen etc. Dit heeft invloed op de bedrijfscultuur van een bedrijf. De arbeidsvoorwaarden komen voor uit een CAO.

Arboregels

De vanuit de overheid geldende regels voor werkplekken. De arbeidsinspectie kan dit, evenals de arbeidsvoorwaarden, komen controleren en waar nodig boetes opleggen of een bedrijf sluiten.

Autochtoon

Persoon die zelf en waarvan beide ouders in Nederland zijn geboren.

Automatisering

Computers (programma’s) nemen het werk van mensen (deels) over, vooral sinds er de laatste jaren robots worden ontwikkeld. Automatisering kan zowel zorgen voor taakverarming: een werknemer hoeft minder taken uit te voeren omdat machines een deel van het werk doen, bijvoorbeeld een lasersnijder die automatisch een vorm maakt – dit kan het werk makkelijker en saaier maken) als taakverrijking: een werknemer moet meer taken uitvoeren om het ingewikkelder is geworden, bijvoorbeeld het feit dat een automonteur nu ook veel van computers weten – dit kan het werk moeilijker en uitdagender maken).

B

Bedrijfscultuur

De manier waarop het er dagelijks aan toe gaat in een bedrijf. Deze cultuur wordt bepaald door verschillende aspecten (kenmerken), zoals: Werkverhoudingen Arbeidsvoorwaarden Medezeggenschap Sociale rollen: Ieder bedrijf of organisatie heeft een andere cultuur. Zo heeft Google bijvoorbeeld een hele andere cultuur dan een verzekeringsbedrijf als Delta Lloyd of een school. Dat is logisch: het zijn erg verschillende bedrijven en organisaties die hele andere dingen willen bereiken en dingen dus ook anders aanpakken.

Begroting

Hoeveel geld beschikbaar is en waar het aan wordt uitgegeven. Wordt door de regering gemaakt na het regeerakkoord. De landelijke begroting heet de miljoenennota en wordt bekend gemaakt op Prinsjesdag, de start van het nieuwe parlementaire jaar, waarna coalitiepartijen en oppositiepartijen er commentaar op kunnen geven in de daaropvolgende dagen: een belangrijk onderdeel van de algemene beschouwingen.

Beroepsbevolking

Mensen in Nederland die tussen de 15 en 67 jaar zijn en 12 uur of meer per week willen én kunnen werken.

Betaald werk

Werken in loondienst, eigen bedrijf etc. Betaald en onverplicht. Economische nut, winstoogmerk en is onderdeel van de arbeidsmarkt.

Bindende functie

Het verbinden van mensen, bv. door het WK uit te zenden. Een algemene mediafunctie (Cultuuroverdracht).

Bureau Reclassering

Bureau die een (ex-)verdachte begeleid. Zij een rol voor, tijdens en na het strafproces. Zij houden toezicht, rapporteren aan de officier van justitie en ontwikkelt en voert taakstraffen uit. Ook begeleiden zij mensen die uit de gevangenis komen. Dit alles met als doel om herhaling van crimineel gedrag te voorkomen.

Bureaucratie

(te) Veel regels. Maakt pak- en strafkans kleiner en kost onnodig veel geld en tijd - maar kan wel nodig zijn om de rechtsstaat, verzorgingsstaat etc. goed te laten werken. Partijen binnen de liberale stroming zeggen vaak een minder bureaucratisch land te willen: zij willen dereguleren omdat mensen zelf verantwoordelijk zijn.

Burgemeester

De voorzitter van de gemeenteraad het college van b en w, hoofd van een gemeente. Wordt eens per 6 jaar door de regering gekozen en is dus géén volksvertegenwoordiger. De burgemeester is daarnaast ook verantwoordelijk voor de orde en veiligheid in de gemeente en is bijvoorbeeld het hoofd van de politie in de gemeente.

Burgerinitiatief

Een handtekeningenactie om een onderwerp onder de aandacht te brengen. Landelijk heb je 40.000 handtekeningen nodig om deze aan en Tweede Kamerlid aan te bieden te laten bespreken in de Tweede Kamer.

C

Cassatie

In cassatie gaan: beroep aantekenen bij de Hoge Raad. Als de verdachte of de officier van justitie het oneens is met het vonnis, dan kan hij of zij in hoger beroep gaan. Doe je dat bij het gerechtshof (vanuit de rechtbank) dan noem je dat 'hoger beroep'. Doe je dat bij de Hoge Raad (vanuit het gerechtshof) dan noem je dat 'in cassatie gaan'. Dit kost wel veel geld. Het gerechtshof bekijkt de zaak nog eens, de Hoge Raad kijkt alleen of het proces eerlijk is verlopen.

Ceremoniële functie

Taak (functie) van de Koning: gebouwen openen, schepen te water laten etc. Daarnaast heeft de Koning de Symbolische functie, Politieke functie en Representatieve functie.

Christelijke Stroming

CDA, CU, SGP . Ook wel middenpartijen genoemd. Zijn vaak conservatief. Rentmeesterschap is belangrijk. Mens en Werk Willen een niet te groot verschil tussen arm en rijk, vinden het de taak van de overheid én de samenleving om voor burgers te zorgen, willen daarvoor niet te veel wetten en vinden dat de belasting eerlijk verdeeld moet worden. Multiculturele Samenleving Vinden dat immigranten welkom zijn, maar niet te veel, vinden het de taak over de overheid én de samenleving om immigranten te helpen bij integratie en vinden dat de Nederlandse cultuur niet te veel mag veranderen.

Coalitiepartijen

De partijen (volksvertegenwoordigers) die samenwerken om een meerderheid te vormen in de Tweede Kamer, Provinciale Staten en gemeenteraad. Momenteel zijn de coalitiepartijen in de Tweede Kamer de VVD en PVDA. De andere partijen noem je oppositiepartijen.

Collectieve arbeidsovereenkomst

(CAO) Schriftelijke afspraak over arbeidsvoorwaarden zoals loon, vakantiedagen en betaling van overwerken. Vaak onderhandelen de overheid, werkgeversorganisaties en vakbonden eens per (paar) jaar over een nieuwe CAO, bijvoorbeeld een nieuwe CAO (arbeidsvoorwaarden) voor alle buschauffeurs. Werkgeversorganisaties en vakbonden handelen dan voor de belangen van hun achterban (werkgevers en werknemers), terwijl de overheid kijkt wat zij vind passen bij de plannen voor het land (en geld wat beschikbaar is, als de overheid mee betaald).

College van B en W

College van Burgemeester en Wethouders. Dagelijks bestuur van een gemeente. Te vergelijken met de Regering en de Gedeputeerde Staten. De wethouders komen uit de gemeenteraad. De burgemeester wordt benoemd door de regering en provincie waar de gemeente onder valt.

Collegeakkoord

Het plan dat de coalitiepartijen hebben voor de provincie of gemeente voor de komende 4 jaar (tot er weer verkiezingen zijn). Bij het landelijke bestuur noem je dit het regeerakkoord. Dit is altijd een combinatie van de verkiezingsplannen van de verschillende partijen: de partijen leveren dus allemaal wat beloftes in om samen tot één plan te komen.

Commentaar functie

De mening geven over gebeurtenissen, bijvoorbeeld via columns, of blogs op het internet. Een politieke mediafunctie (Democratische besluitvorming).

Commissaris van de Koning

De voorzitter van de Provinciale Staten en de Gedeputeerde Staten, hoofd van een provincie. Iedere provincie heeft dus een eigen commissaris. Wordt eens per 6 jaar door de regering gekozen en is dus géén volksvertegenwoordiger.

Constitutionele Monarchie

Nederland heeft een grondwet (constitutie) en een Koning (monarch): een constitutionele monarchie. De macht van de Koning wordt beperkt door de grondwet.

Consulterend leiderschap

De leidinggevende laat zich adviseren door medewerkers. Bijvoorbeeld een school of advocatenbureau.

Controlerende functie

Het controleren van de overheid; doen zij hun werk goed? Misstanden aan het licht brengen voor de samenleving. Een politieke mediafunctie (Democratische besluitvorming). Wordt ook wel waakhondfunctie genoemd.

Criminaliteit

Gedrag dat volgens de wet strafbaar is. In het wetboek van strafrecht staan alle bepalingen over strafbraak gedrag: • Overtredingen: kleine criminaliteit: vervelend of gevaarlijk Bijvoorbeeld: wildplassen, openbaar dronkenschap en verboden terrein betreden (artikel 461) > Maximaal 1 jaar hechtenis, meestal geen strafblad, behandeld door kantonrechter. • Misdrijven: zware criminaliteit: hierbij vallen slachtoffers Bijvoorbeeld: moord, doodslag, vandalisme, mishandelingen, verkrachting, inbraak, diefstal en heling. > Maximaal levenslange gevangenisstraf, altijd een strafblad, behandeld door strafrechter. Overtredingen en misdrijven worden ook wel delicten genoemd.

Cultuur

De manier van denken en doen. Cultuurkenmerken zijn onder andere: kleding, geloof, muziek, tradities, eten en gedachten over seksualiteit. Alle landen hebben een andere cultuur en ook binnen een land kunnen verschillende culturen zijn. Wel maken wij in Nederland een sterk onderscheid tussen de westerse cultuur (west-Europa, noord-Amerika, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland) en niet-westerse cultuur (overige landen: oost-Europa, zuid-Amerika, Afrika en Azië).

Cultuuroverdracht

Het overbrengen van normen, waarden, cultuurkenmerken etc. Alles wat in de media te zien of horen is bevat zichtbare of verborgen normen, waarden, rolmodellen, rolpatronen, gedragscodes, vooroordelen, stereotypen of andere cultuurkenmerken. Door de media komen mensen in aanraking met de Nederlandse cultuur of met subculturen, waardoor zij vaak worden beïnvloed.

D

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Verdrag waarin staat dat landen de mensenrechten accepteren. De Universele Verklaring voor van de Rechten van de Mens (UVRM) is in 1948 door de Verenigde Naties (VN) opgesteld en door bijna alle landen ter wereld ondertekend. Er staan dingen in als "mensen hebben het recht hun land te verlaten en terug te keren", "vrijheid van meningsuiting, godsdienst" en "gevangenen hebben recht op een eerlijk proces".

Delicten

Ander woord voor overtredingen en misdrijven. Zo heb je kleine delicten (overtredingen) en grote delicten (misdrijven). De plaats waar iets gebeurd noem je ook wel het 'plaats delict'.

Democratisch leiderschap

Leidinggevende en medewerkers beslissen samen. Bijvoorbeeld een politieke partij of sportvereniging.

Democratische Besluitvorming

Een manier van besluiten waarbij de meeste stemmen gelden. Politiek en Beleid In Nederland wordt zowel landelijk als regionaal veel besloten op basis van democratische besluitvorming, aangezien wij een democratie hebben en mensen dus mogen stemmen op plannen (partijen) voor bijvoorbeeld de Tweede Kamer. Massamedia Door maatschappelijke problemen onder de aandacht te brengen, daarover een mening te geven, te controleren hoe de politiek er mee om gaat, mensen helpen een mening te vormen en een spreekbuis te zijn voor verschillende mensen en groeperingen, helpt de media de burgers bij het vormen van een mening en zo het stemmen op een partij.

Dereguleren

Minder regels. Dit willen vooral liberale partijen. Zij willen namelijke een kleinere rol voor de overheid.

Dictatuur

Een systeem waarbij één persoon of een kleine groep mensen alle macht heeft. Het tegenovergestelde van een democratische rechtsstaat. Er is bij een dictatuur geen Trias Politica: de persoon of groep heeft alle machten. Voorbeelden van een dictatuur zijn: rechts-extremistische of fascistische dictatuur van Hitler in Duitsland en Mussolini in Italië in de vorige eeuw. Communistische regimes in China, Cuba en Noord-Korea.

Directe Verkiezingen

Verkiezingen waarbij burgers direct op volksvertegenwoordigers kunnen stemmen. Zoals bij de Tweede Kamer verkiezingen. De Eerste Kamer is bijvoorbeeld niet direct gekozen, omdat de provincie hen kiest.

Discriminatie

Onrechtmatig (zonder geldige reden) iemand anders behandelen.

E

Ecologische stroming

GroenLinks, Partij voor de Dieren • Geen aantasting van natuur en milieu: milieuvriendelijk en duurzaam produceren en consumeren • Zorgen dat mensen anders leren denken (mentaliteitsverandering) en nieuwe wetten invoeren • De Partij voor de Dieren weigert links of recht te zijn, maar wordt vaak tot centrumlinks gerekend

Educatieve functie

Educatie (leren), zoals klokhuis of schoolTV. Een algemene mediafunctie (Cultuuroverdracht).

Eerste Kamer

75 landelijke volksvertegenwoordigers van verschillende fracties, onderdeel van het parlement, gekozen door de Provinciale Staten. Controleren de regering en keuren wetten. Voor meer informatie, zie: Parlement.

Eigenrichting

Voor eigen rechter spelen: het recht in eigen handen nemen.

Emancipatiebeleid

Beleid waarbij organisaties, bedrijven en de overheid positieve discriminatie toepassen voor mensen die in een achterstandssituatie zitten, zodat ze zich op een gelijkaardige positie op de arbeidsmarkt kunnen plaatsen. Bedrijven kiezen dan bij het vervullen van een vacature, als er meerdere mensen geschikt zijn, juist iemand die een slechtere positie heeft op de arbeidsmarkt. Zo kan een bedrijf ervoor kiezen dat minimaal 50% van de leidinggevende een vrouw moet zijn.

Etikettering

En ex-crimineel krijgt etiket ‘crimineel’ opgeplakt (bijv. door de media) en gaat zich dus zo gedrag. Bijvoorbeeld: Marokkaanse jongeren staan bekend als crimineel en gaan zich dus meer zo gedragen.

Europese Commissie

EC. Dagelijks bestuur van de Europese Unie. 1 lid van ieder Europees land. Te vergelijken met het Nederlandse kabinet. Worden eens per 5 jaar gekozen door de Europese lidstaten. Stellen de begroting op, hebben de wetgevende taak (recht van initiatief). Zien er op toe dat alle lidstaten zich aan de afspraken houden.

Europese Gemeenschap

EG. Tweede versie van de Europese Unie. Opgericht in 1967. Na de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal sluiten meer landen zich aan en gaan nog meer samenwerken.

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

EGKS. Eerste opzet van de Europe Unie, opgericht door 6 landen in 1951. 6 landen (waaronder Nederland) werken samen in Europa weer op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog. Ze willen Europa veiliger (‘nooit meer oorlog’) en welvarender (economische gezond) maken

Europese Parlement

Volksvertegenwoordigers van de Europese Unie. Bestaat uit 751 zetels. Te vergelijken met de Tweede Kamer in Nederland. Worden eens per 5 jaar gekozen door de Europese inwoners. Hierin zitten fractieleden uit alle Europese landen, gegroepeerd per politieke stroming. De parlementsleden hebben de controlerende taak (recht van budget) en mede-wetgevende taak (recht van amendement).

Europese Raad

Europese Top. Alle regeringsleiders van de Europese landen. De raad bepaalt de richting waar de EU naar toe gaat. Zij komen 4 keer per jaar bij elkaar om te bespreken hoe het gaat. Zij hebben veel invloed op de manier waarop de Europese Commissie de EU bestuurd. Zij hebben zelf geen rechten, maar kunnen wel de Europese Commissie vragen dingen te doen.

Europese Unie

EU. Samenwerkingsverband tussen 28 landen. Opgericht in 1992. Komt voort uit de Europese Gemeenschap. Meer informatie kun je hier vinden.

F

Fouilleren

Iemand (precentief) aan zijn kleding onderzoeken.

Fracties

De leden van een politieke partij in een bestuursorgaan, zoals de Tweede Kamer. Zo heeft de Tweede Kamer fracties van verschillende politieke partijen. Fractie = deel. Zo heb je bijvoorbeeld de “Tweede Kamer fractie van D66”, oftewel het deel van D66 dat in de Tweede Kamer zit oftewel alle leden van D66 die als volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer zitten. Zo heb je ook de 'Gemeenteraad fractie van D66'. De voorzitter ('leider') van iedere fractie heeft de fractieleider. Hij of zij zit altijd vooraan in de Tweede Kamer en is vaak bekend.

Fractievoorzitter

De voorzitter van een fractie in een volksvertegenwoordiging. Dit is de 'leider' in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten of Gemeenteraad, degene die vaak vooraan zit en ook wel bekend is. Er zijn soms ook wel fractievergaderingen, waarbij alle fractievoorzitters dingen bespreken. Bij coalitievorming in de Tweede Kamer spreken bijvoorbeeld de fractievoorzitters met elkaar, in plaats van alle 76+ fractieleden in de Tweede Kamer.

Frictiewerkloosheid

Tijdelijke werkloosheid: mensen die net zijn ontslagen, net van school komen etc.

G

Gedeputeerde Staten

College van Gedeputeerde. Dagelijks bestuur van een provincie. Te vergelijken met de regering en het college van burgemeester en wethouders. Komen voort uit de coalitievorming van de Provinciale Staten.

Geheim van het Paleis

Wekelijks overleg tussen de Koning en de Minister President. De inhoud van dit overleg is geheim, vandaar de naam.

Gemeenteraad

De volksvertegenwoordigers van een gemeente. Te vergelijken met de Tweede Kamer en de provinciale staten. Hieruit komen coalitiepartijen, een plaatselijk regeerakkoord en het college van burgemeesters en wethouders naar voren. Het aantal beschikbare zetels verschilt per gemeente.

Gerechtshof

Hier komen rechtszaken terecht nadat deze bij de rechtbank zijn behandeld en mensen in hoger beroep zijn gegaan. Als mensen het nog niet eens zijn met de uitspraak kunnen zij weer in Hoger Beroep. De rechtszaak wordt dan opnieuw bekeken, door de Hoge Raad.

Gezinshereniging

De man/vrouw/kinderen van een migrant komen hun gezinslid achterna. Zij kunnen vaak makkelijker een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) krijgen.

Grondrechten

De rechten die in de grondwet staan omschreven die de burgers in een land hebben. Beschermt burgers tegen de macht van de overheid. Voorbeelden: vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van vergadering, van het oprichten van verenigingen en politieke partijen, godsdienstvrijheid, vrijheid van onderwijs, scheiding kerk en staat, recht op privacy etc.

Grondwet

Document waarin de regels voor de staatsinrichting en de grondrechten van de burgers beschreven staan. Artikel 1 uit de grondwet: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."

H

Hechtenis

Als een verdachte of iemand die een overtreding is begaan wordt vastgehouden. Is iemand nog niet veroordeeld dan heet het voorlopige hechtenis . Is iemand voor een overtreding veroordeeld tot celstraf dan noem je dit hechtenis (maximaal 1 jaar). Wordt iemand voor een misdrijf veroordeeld, dan noem je het een gevangenisstraf.

Hoge Raad

Hier komen rechtszaken terecht nadat deze bij het gerechtshof zijn behandeld en mensen in hoger beroep zijn gegaan. Bij de Hoge Raad kijken ze alleen of het proces bij het gerechtshof goed is verlopen of niet: zij kunnen dus niet meer of minder straf geven, enkel zeggen of een rechtszaak helemaal over moet of niet. Als mensen het nog niet eens zijn met de uitspraak zouden zij naar het Europese Hof gaan, maar dat kost erg veel geld en het moet dan wel op een erg grote zaak gaan.

Hoger beroep

Als de aanklager (bijvoorbeeld officier van justitie (Openbaar Ministerie)) of verdachte het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank of het gerechtshof, kun je beroep aantekenen: je rechtszaak wordt dan door een hogere rechter behandeld. Doe je dat bij het gerechtshof (vanuit de rechtbank) dan noem je dat 'hoger beroep'. Doe je dat bij de Hoge Raad (vanuit het gerechtshof) dan noem je dat 'in cassatie gaan'. Dit kost wel veel geld. Het gerechtshof bekijkt de zaak nog eens, de Hoge Raad kijkt alleen of het proces eerlijk is verlopen.

I

Ik-cultuur

Het individu is belangrijker dan de groep/familie. Kenmerk van veel landen met een westerse cultuur.

Immateriële schade

Schade die niet is uit te drukken in geld. Bijvoorbeeld: gevoelens van angst, minder vertrouwen in de politie etc. Als het wel uit te drukken is in geld, spreek je over materiële schade.

Inburgeren

De Nederlandse taal en cultuur kennen. In Nederland moeten migranten inburgeren: ze moeten de Nederlandse taal en cultuur kennen en om dit te bewijzen een inburgeringsexamen halen. Dit is de manier waarop migranten vervolgens zelfstandig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, oftewel zich kunnen mengen in onze samenleving (integreren).

Indirecte Verkiezingen

Verkiezingen waarbij burgers indirect op volksvertegenwoordigers stemmen. Zoals bij de Eerste Kamer verkiezingen: mensen stemmen direct op de Provinciale Staten, die op hun beurt de Eerst Kamer samenstellen. Burgers kiezen zo dus indirect welke volksvertegenwoordigers in de Eerst Kamer komen. De Tweede Kamer verkiezingen zijn bijvoorbeeld wel direct.

Indoctrinatie

Iemand continu hetzelfde laten zien/horen/lezen en hen zo beïnvloeden (brainwashen).

Informatisering

Mensen gebruiken computers (tablets, smartphoness etc.) om informatie te krijgen, delen en gebruiken.

Informerende functie

Het leveren van nieuws aan de samenleving. Een algemene mediafunctie (Cultuuroverdracht).

Injectienaaldtheorie

Volgens deze theorie worden mensen sterk beïnvloed door de media. De media zijn volgens deze theorie in staat tot indoctrinatie (iemand brainwashen) en manipulatie (waarheid verdraaien). Voorbeelden zijn: gewelddadige films en games die kunnen aanzetten to agressie, het ontstaan van rages (hypes) en het beïnvloeden van de publieke opinie (algemene mening van de bevolking) tijdens de vluchtelingencrisis. Ook bestaan nog de multi-step-flow theorie, de media als betekenisgever, de theorie van selectieve perceptie en de agendatheorie.

Integratie

Proces waarbij een groep zich mengt met een andere groep. In Nederland verstaan we onder integratie dat migranten economische zelfstandig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Om dit te kunnen doen moeten migranten in Nederland inburgeren: ze moeten de Nederlandse taal en cultuur kennen en om dit te bewijzen een inburgeringsexamen halen.

J

Jeugdstrafrecht

Jongeren tot 18 jaar hebben te maken met special wetten: zij worden anders behandeld dan volwassenen. – Jongeren onder de 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. – Jongeren tussen de 12- en 18 jaar staan voor een kinderrechter. Dit is een gesloten rechtszaak waar andere straffen gelden: zij kunnen geen gevangenisstraf krijgen maar wel naar een tuchtschool worden gestuurd (tot 16 jaar maximaal 2 jaar, vanaf 16 jaar maximaal 1 jaar). – Jongeren tot 18 jaar kunnen als maatregel ondertoezichtstelling krijgen: er wordt dan een gezinsvoogd aangewezen die op de jongere moet letten. – Bij zeer zwaar misdrijven (bijv. moord) kunnen jongeren als volwassenen worden berecht.

Jurisprudentie

Uitspraken (vonnissen) van rechters waaruit blijkt hoe ze denken over de toepassing van bepaalde wetten. Bijvoorbeeld: ' Hierover is nog geen jurisprudentie, want de wet is pas vorig jaar in werking getreden. ' Door jurisprudentie zitten rechters dus op één lijn en kan het niet zo zijn dat iemand bij de ene rechter heel anders wordt veroordeeld dan bij de andere rechter.

K

Kabinet

De ministers en staatssecretarissen, onder leiding van de minister president. Worden gekozen door de coalitiepartijen om het regeerakkoord uit te voeren en zitten dan niet meer in de Tweede Kamer. Ze zijn ieder verantwoordelijk voor een ministerie, zoals het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Veiligheid en Justitie. Niet alle ministeries hebben een staatssecretaris.

Kabinetscrisis

Als het kabinet dreigt ‘te vallen’ oftewel af te treden. Er kan een kabinetscrisis ontstaan als: bepaalde belangrijke wetten van de regering niet worden aangenomen in de Tweede Kamer (dus géén steun krijgen de coalitiepartijen); er voor het kabinet weinig steun in het parlement óf de maatschappij, bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen; een coalitiepartij dreigt het kabinet niet meer te steunen. Treed het kabinet af, dan worden er vaak nieuwe, vervroegde verkiezingen gehouden.

Kabinetsformatie

De periode na de verkiezingen dat coalitiepartijen het regeerakkoord, de begroting en het kabinet samenstellen. Een kabinetsformatie volgt direct na de verkiezingen, als er coalitiepartijen zijn gevonden, en duurt totdat er een regeerakkoord is gekozen, een begroting is gemaakt en het kabinet is samengesteld en Nederland dus en officieel een dagelijks bestuur heeft.

Kapitalisme

Systeem (land) waar investeren en winst maken belangrijk is. Kenmerk van veel landen met een westerse cultuur.

Kiesdeler

Aantal stemmen dat een partij nodig heeft voor één zetel. Dat verschilt per verkiezing, omdat het aantal mensen dat stemt iedere keer anders is. Berekening: (aantal stemmen) / 150 (zetels in de Tweede Kamer) = … (kiesdeler). Voorbeeld: In totaal stemmen 9.000.000 mensen / 150 = 60.000 (kiesdeler). Op de ChhritenUnie hebben 186.000 mensen gestemd / 60.000 = 3. De ChristenUnie heeft dus 3 zetels oftewel 3 mensen mogen namens de partij in de Tweede Kamer zitten. De Tweede Kamer fractie van de ChristenUnie bestaat dus uit 3 personen. De samenstelling van de Provinciale Staten en gemeenteraad wordt op dezelfde manier berekend, al is het aantal beschikbare zetels dan verschillend per provincie en gemeente.

Kiesrecht

Er zijn twee soorten kiesrecht: actief (je mag stemmen op een politicus/partij) en passief (er mag op je gestemd worden). In Nederland heb je zowel actief als passief kiesrecht als je 18+ bent en de Nederlandse nationaliteit hebt. Er zijn landen waar bijvoorbeeld vrouwen geen passief kiesrecht, maar soms ook zelfs geen actief kiesrecht hebben.

Klassenjustitie

Mensen uit hogere milieus (rijker) worden voorgetrokken bij wetgeving, vonnis etc. Dit is soms aan de hand. Dit omdat zij belangrijk zijn, invloed hebben etc.

Kolonie

Gebied buiten het eigen land, vaak een land dat wordt bestuurd (bezet) door een ander land. Zo zijn Indonesië en Suriname oud kolonies van Nederland: hebben het in de VOC tijd veroverd en waren enkele 100e jaren de baas. Nu zijn de landen weer onafhankelijk.

L

Laissez-faire leiderschap

(letterlijk: laat gebeuren) Werknemers bepalen veel zelf. Bijvoorbeeld een designbureau of kledingbedrijf.

liberale stroming

VVD, D66, PVV en FvD Ook wel rechtse partijen (VVD, PVV en FvD) en midden partijen (D66) genoemd. Mens en Werk Vinden dat verschil tussen arm en rijk er mag zijn, vinden dat de overheid zich niet te veel moet bemoeien met de burgers maar dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen succes (soort van nachtwakersstaat), willen daarom niet te veel regels en vinden dat rijke en arme mensen voldoende belasting betalen. Multiculturele Samenleving Willen weinig (VVD) of bijna geen (PVV) immigranten, vinden dat immigrante zelf moeten integreren en vinden dat de Nederlandse cultuur moet blijven bestaan (VVD, PVV).

Linkse partijen

SP, PVDA, GL, PvdD, 50+, DENK, (PVV). Voor meer informatie, zie: socialistische stroming.

Lobbyen

Contact maken met politici en hun beïnvloeden. Mensen over halen achter je mening te staan.

M

Maatschappelijke ladder

Indeling van mensen hun maatschappelijke positie, bepaald door macht, status en inkomen. Zo staan bovenaan de maatschappelijke ladder beroepen als artsen, advocaten en directeuren, terwijl meer onderaan de maatschappelijke ladder beroepen staan als vakkenvullers, schoonmakers en vuilnismannen.

Maatschappelijke positie

Je plek op de maatschappelijke ladder, bepaald door macht, status en inkomen. Zo staan bovenaan de maatschappelijke ladder beroepen als artsen, advocaten en directeuren, terwijl meer onderaan de maatschappelijke ladder beroepen staan als vakkenvullers, schoonmakers en vuilnismannen.

Machtenscheiding

De rechter heeft alleen de rechterlijke macht is onafhankelijk van (heeft niets te maken met) de uitvoerende macht en wetgevende macht. Want wij hebben in Nederland de Trias Politica.

Manipulatie

De waarheid verdraaien. Dit kan met Photoshop, verzonnen teksten in de krant etc.

Materiële schade

Schade die is uit te drukken in geld. Bijvoorbeeld: schade aan je huis, gestolen dingen etc. Als het niet uit te drukken is in geld, spreek je over immateriële schade.

Mechanisering

Machines ondersteunen mensen bij het hun werk, zoals een graafmachine en een heftruck.

Medezeggenschap

Hoeveel werknemers, klanten en andere betrokkenen mogen bepalen. Dit heeft invloed op de bedrijfscultuur van een bedrijf.

Medezeggenschapsraad

Onderdeel (orgaan) binnen een organisatie waar werknemers inzitten die namens andere werknemers met de werkgevers meebeslissen over bijvoorbeeld werktijden. Volgens de wet is iedere organisatie verplicht dit te hebben. In een bedrijf noem je dit een ondernemingsraad.

Media als betekenisverlener

Volgens deze theorie geven mensen betekenis aan de media. Daardoor worden op lange termijn normen en waarden overgedragen. Niet zozeer als middel is een massamedium effectief, maar vooral voor de ontvangers en gebruikers bieden de media betekenis. De media hebben voor mensen diverse betekenissen zoals informatie en amusement. Op langere termijn hebben de media invloed omdat ze via informatie en amusement waarden en normen overdragen. Ook bestaan nog de injectienaaldtheorie, multi-step-flow theorie, de theorie van selectieve perceptie en de agendatheorie.

Migrant

Persoon die naar een ander land verhuist. In het land dat je verlaat ben je een emigrant , het waar waar je in komt een immigrant . Verhuis je dus van Duitsland naar Nederland, dan ben je een Duitse emigrant en in Nederland een immigrant.

Miljoenennota

De begroting van het kabinet voor het komende parlementaire jaar. Het kabinet maakt ieder parlementair jaar nieuwe plannen en daarbij een nieuwe begroting (op basis van het regeerakkoord wat de coalitiepartijen aan het begin van de kabinetsformatie hebben gemaakt). Dit jaar begint altijd op de derde dinsdag van september tot het jaar daarna. Het staatshoofd (de Koning) leest de nieuwe plannen en begroting voor: de Troonrede. Daarna gaat de Minister van Financiën met de miljoenennota (begroting) naar de Tweede Kamer. De dagen daarna praat debatteert de minister-president samen met de andere ministers met de leden van de Tweede Kamer over de plannen. De politieke partijen in de Kamer zeggen dan waar ze het mee eens zijn of doen zelf andere voorstellen. Deze debatten duren enkele dagen en noem je de algemene beschouwingen.

Minderheidskabinet

Als het kabinet (de coalitie) minder dan 76 zetels heeft in de Tweede Kamer.

Minister

Lid van het kabinet en de regering, verantwoordelijk voor een ministerie. Zo is er de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en een Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Ministers worden soms ondersteund door een staatssecretaris. Zit niet (meer) in de Tweede Kamer.

Minister President

Voorzitter van het Kabinet, Minister van Algemene Zaken, voorzitter van de regering. Meestal de nummer 1 van de grootste coalitiepartij van de Tweede Kamer verkiezingen.

Ministeriële verantwoordelijkheid

De ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen de regering, dus ook het staatshoofd (de Koning). Zij moeten zich verantwoorden in het parlement als leden van de Eerste kamer of Tweede kamer daar om vragen, bijvoorbeeld omdat een minister in hun een grote fout heeft gemaakt of omdat zij ergens vragen over hebben.

Misdrijven

Zware criminaliteit: hierbij vallen slachtoffers. Bijvoorbeeld: moord, doodslag, vandalisme, mishandelingen, verkrachting, inbraak, diefstal en heling. > Maximaal levenslange gevangenisstraf, altijd een strafblad, behandeld door strafrechter.

Moederland

Het land waar je (familie) vandaan komt, je achtergrond.

Multi-step-flow theorie

Volgens deze theorie verloopt communicatie en informatie in stappen (vaak vanuit een bekend persoon). Eerst is er een kleine groep gezaghebbende opinieleiders die worden beïnvloed en die vervolgens bepaalde informatie of een bepaalde mening uitdragen; daarna wordt deze overgenomen door een iets grotere groep en tot slot door het grote publiek. Ook bestaan nog de injectienaaldtheorie, de media als betekenisgever, de theorie van selectieve perceptie en de agendatheorie.

Multicultureel drama

Gedachte dat de Nederlandse samenleving is mislukt: mensen leven naast in plaats van mét elkaar.

N

Nachtwakersstaat

Systeem waarin de overheid alleen voor het noodzakelijke zorgt (zoals veiligheid). Zo zijn er minder regels nodig en bemoeit de overheid zich zo min mogelijk met de burgers. Dit systeem hebben ze bijvoorbeeld in Amerika, een rechts, liberaal land.

Niet-westerse cultuur

De manier van denken en doen van de niet-westerse mensen. Oost-Europa, zuid-Amerika, Afrika en Azië. Cultuurkenmerken zijn onder andere: kleding, geloof, muziek, tradities, eten en gedachten over seksualiteit. Kenmerken van de niet-westerse cultuur zijn onder andere: • Niet-christelijk geloof • wij-cultuur • minder Kapitalisme • Rolverdeling man/vrouw • Niet altijd secularisatie De andere landen hebben een westerse cultuur.

Normen

Afspraken (ongeschreven regels) over hoe je je naar elkaar toe gedraagt. Ontstaan vaak op basis van bepaalde waarden.

Normvervaging

Onduidelijkheid over normen (door minder gelovigen, generatiekloof etc.). Zo vinden mensen het bijvoorbeeld OK om met teksten met grove tekst rond te lopen, terwijl het de norm was dat je dit niet deed.

O

Officier van Justitie

Persoon die verantwoordelijk is voor opsporing en vervolging verdachten. Spreekt namens de politie. Werkt voor het Openbaar Ministerie (OM). Zit vaak ook bij een rechtszaak. Is dan de openbaar aanklager.

Onbetaald werk

Stage, huiswerk etc. Onbetaald en (on)verplicht. Economische nut, vaak winstoogmerk en is soms onderdeel van de arbeidsmarkt.

Ondernemingsraad

Onderdeel (orgaan) binnen een bedrijf waar werknemers inzitten die namens andere werknemers met de werkgevers meebeslissen over bijvoorbeeld werktijden. Volgens de wet is iedere organisatie verplicht dit te hebben. In een organisatie noem je dit een medezeggenschapsraad.

Opiniërende functie

Het helpen vormen van een mening, bv. een discussieprogramma wat de kijkers aan het denken zet. Een politieke mediafunctie (Democratische besluitvorming).

Opiumwet

Hierin staat al het gedrag dat strafbaar kan worden gesteld op het gebied van drugs. Voorbeelden: illegale drugs gebruiken of in drugs handelen. Daarnaast zijn er ook nog het wetboek van strafrecht, de wegenverkeerswet en de wet economische delicten.

Oppositiepartijen

De partijen (volksvertegenwoordigers) die niet in het dagelijks bestuur zitten van het land, de provincie of de gemeente. Momenteel zijn de coalitiepartijen in de Tweede Kamer de VVD en PVDA. De andere partijen zijn dus de oppositiepartijen. Deze partijen controleren de coalitiepartijen (regerende partijen) én mogen zelf ook wetten voorstellen.

Overtredingen

Kleine criminaliteit: vervelend of gevaarlijk Bijvoorbeeld: wildplassen, openbaar dronkenschap en verboden terrein betreden (artikel 461) > Maximaal 1 jaar hechtenis, meestal geen strafblad, behandeld door kantonrechter.

P

Parlement

Staten-Generaal. De Eerste Kamer en Tweede Kamer, controleren de regering en stellen wetten voor. Het Parlement heeft als taak: 1. De regering te controleren, daarom hebben alle leden: het recht van interpellatie, het recht van enquête en het recht van motie. Daarnaast heeft het parlement als taak 2. Het voorstellen van wetten en wetswijzigingen, daarom hebben de leden van de Tweede Kamer het recht van initiatief en het recht van amendement. Let op: Eerste Kamerleden kunnen wetsvoorstellen alléén goed- of afkeuren en hebben de laatst genoemde rechten dus niet .

Parlementair Jaar

Het werkjaar van parlement, het kabinet en de regering. Het kabinet maakt ieder parlementair jaar nieuwe plannen en daarbij een nieuwe begroting (op basis van het regeerakkoord wat de coalitiepartijen aan het begin van de kabinetsformatie hebben gemaakt). Dit jaar begint altijd op de derde dinsdag van september tot het jaar daarna. Het staatshoofd (de Koning) leest de nieuwe plannen en begroting voor: de Troonrede. Daarna gaat de Minister van Financiën met de miljoenennota (begroting) naar de Tweede Kamer. De dagen daarna praat debatteert de minister-president samen met de andere ministers met de leden van de Tweede Kamer over de plannen. De politieke partijen in de Kamer zeggen dan waar ze het mee eens zijn of doen zelf andere voorstellen. Deze debatten duren enkele dagen en noem je de algemene beschouwingen.

Parlementaire Democratie

Een vorm van democratie waarbij de burgers kunnen stemmen op volksvertegenwoordigers in het parlement, die het land besturen. Nederland heeft een democratie (letterlijk: volksheerschappij – het volk beslist mee). Daarvan zijn verschillende vormen, zoals een presidentiële democratie (burgers stemmen op een president) en een parlementaire democratie: burgers stemmen via directe verkiezingen op volksvertegenwoordigers. Op basis van die stemmen wordt het parlement samengesteld. De volksvertegenwoordigers kiezen vervolgens wie het land bestuurd (Regering) samen met het Staatshoofd. Zo hebben wij een indirecte democratie.

Participatiesamenleving

Systeem waarin de burgers verantwoordelijk zijn voor elkaars welzijn. Rechtse partijen zoals de VVD zijn hier voorstander zijn. Een voorbeeld hiervan is mantelzorg: langdurig zorg geven aan een vriend of familielid. Doel hiervan is om de kosten van de verzorgingsstaat laag genoeg te houden.

Pleidooi

Verdediging van de advocaat van zijn cliënt. De advocaat verdedigd op basis van het bewijs de verdachte. Stap 6 van een rechtszitting .

Pluriformiteit

Verschillen, veelzijdigheid. De overheid vindt het voor de democratische besluitvorming belangrijk dat er verschillende soorten televisie programma’s worden aangeboden, zodat mensen goed hun eigen mening kunnen vormen.

Politiek Probleem

Een probleem waar veel mensen last van hebben en waarbij de overheid of politieke problemen nodig zijn om het op te lossen.

Politieke Agenda

Als iets op de politieke agenda staat, dan willen politieke partijen er iets mee. Zo staat bij de Partij voor de Dieren het welzijn van dieren hoog op de politieke agenda, en bij de PVV het gevaar dat moslims voorhun veroorzaken voor onze samenleving.

Politieke functie

Taak (functie) van de Koning: wetten onderteken, wekelijks met de minister-president praten (geheim van het paleis) etc. Daarnaast heeft de Koning de Ceremoniële functie, de Symbolische functie en de Representatieve functie.

Portefeuille

De taken van een bestuurder. Zo heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport oa. de portefeuille arbeidsmarktbeleid, sportbeleid, en toezicht (inspecties). Een bestuurder kan een wethouder, minister, staatssecretaris, burgemeester, gedeputeerde of commissaris van de Koning zijn. Zij hebben vaak allemaal veel portefeuilles. Zo heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de volgende portefeuilles: algemene verantwoordelijkheid stelselherzieningen; algemeen Financieel beleid (betaalbaarheid en toegankelijkheid); zorgverzekeringswet (Zvw) & zorgtoeslag en pakketbeheer; curatieve zorg (huisartsen, medisch specialisten, para-medici, ggz, ziekenhuizen); genees- en hulpmiddelen (pakketbeheer, toegankelijkheid en innovatie & technologie); beroepen en Opleidingen; arbeidsmarktbeleid; preventie binnen de cure; gezondheidsbescherming (onder andere voedselveiligheid, productveiligheid); infectieziektebestrijding (waaronder crisisbestrijding); kwaliteitsbeleid; sportbeleid; medisch-ethische vraagstukken; mededinging (NMa); toezicht (inspecties); kennis- en Informatie-infrastructuur; aansturing ZBO’s en agentschappen.

Positieve discriminatie

Bedrijven kiezen bij het vervullen van een vacature juist iemand die een slechtere positie heeft op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen of allochtonen.

Pressiemiddelen

Middelen die werkgevers en werknemers kunnen inzetten om hun zin te krijgen. Werkgevers en werknemers kunnen pressiemiddelen inzetten (druk uitoefenen) om hun zin te krijgen. Bijvoorbeeld werk werkgevers vinden dat hun werknemers niet goed functioneren of bijvoorbeeld als werknemers meer loon willen. Voorbeelden kun je hier vinden (onderdaan de pagina): Mens en Werk - Kerndoel 5 .

Preventie

Voorkomen van crimineel gedrag, zoals preventief fouilleren of camera bewaking. Dit is vooral aan de hand bij veelvoorkomende criminaliteit. Bij zwaardere criminaliteit ligt de nadruk op repressie.

Propaganda

Het beïnvloeden van iemand iemand zijn of haar mening. Politieke reclame. Propaganda is een vorm van communicatie waarbij wordt getracht aanhangers voor haar een gedachtegoed te winnen door het bespelen van de publieke opinie. Dit wordt bewerkstelligd door het bewust verspreiden van eenzijdige en/of verzonnen informatie.

Provinciale Staten

De volksvertegenwoordigers van een provincie. Te vergelijken met de Tweede Kamer en een gemeenteraad. Hieruit komen coalitiepartijen, een plaatselijk collegeakkoord en de Gedeputeerde Staten naar voren. Het aantal beschikbare zetels verschilt per provincie.

Publieke opinie

De algemene (meest voorkomende) mening van de Nederlandse bevolking.

R

Raad van de Europese Unie

Raad van ministers. Bestaat uit alle ministers 28 van de lidstaten (afhankelijke waarover zij vergaderen). Zo vergaderen bijvoorbeeld alle ministers van landbouw over nieuwe wetten voor het verbouwen van voedsel. Komen bij elkaar om de begroting van de Europese Commissie goed te keuren (recht van budget), en om wetsvoorstellen van hen te bespreken en eventueel aan aanpassing voor te stellen (recht van amendement).

Racisme

Onrechtmatig (zonder geldige reden) iemand anders behandelen, op basis van zijn of haar afkomst.

Reageerakkoord

Het plan dat de coalitiepartijen hebben voor het land voor de komende 4 jaar (tot er weer verkiezingen zijn). In de provincie en gemeente noem je dit het collegeakkoord. Dit is altijd een combinatie van de verkiezingsplannen van de verschillende partijen: de partijen leveren dus allemaal wat beloftes in om samen tot één plan te komen.

Recht van Amendement

Het recht om een wetsvoorstel van de regering aan te passen. Leden van de Tweede Kamer hebben dit recht. Valt onder de wetgevende taak. Als de Kamer én de minister of staatssecretaris geen bezwaren hebben tegen de voorgestelde wijziging, neemt de gene die de wet oorspronkelijk voorstelde de wijziging over. Als de regering wel bezwaren heeft, moet de Kamer over het amendement stemmen. Als de meerderheid akkoord is, wordt de wijziging meestal alsnog overgenomen.

Recht van Budget

Recht dat de kamerleden uit de Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben om de begroting van de regering goed- of af te keuren. Valt onder controlerende taak. Als de Eerste of Tweede Kamer de begroting afkeurt moet deze worden aangepast.

Recht van enquête

Het recht om mondelingen en schriftelijke vragen stellen (dingen onderzoeken). Valt onder de controlerende taak. Leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben dit recht. Zij kunnen een onderzoek instellen om dingen aan te tonen of om bewijsmateriaal te verzamelen, bijvoorbeeld als argument voor- of tegen een wet(swijziging).

Recht van initiatief

Het recht hebben om een wet(swijziging) voor te stellen. Valt onder de wetgevende taak. Het Kabinet en leden van de Tweede Kamer hebben dit recht.

Recht van interpellatie

Het recht om leden van het kabinet ondervragen door middel van een debat. Valt onder de controlerende taak. Leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben dit recht. Kabinetsleden worden dan uitgenodigd om naar de kamer te komen, wat zij dan moeten doen.

Recht van Motie

Schriftelijk, officieel je mening bekend maken die dan wordt besproken in de Eerste- of Tweede Kamer. Leden van de Eerste– en Tweede Kamer hebben dit recht. Valt onder de controlerende taak. Een motie mag alleen worden besproken als minstens 5 Kamerleden de motie steunen (vinden dat het besproken mag worden). Na de bespreking van de motie wordt er vervolgens over gestemd (voor of niet). Vaak steunen voldoende Kamerleden een motie, maar stemmen zij vervolgens niet voor de motie omdat dat grote gevolgen kan hebben. Er zijn 2 soorten moties: motie van afkeur (afkeuren hoe de regering het doet) en motie van wantrouwen (vertrouwen in een lid van de regering opzeggen). Ook kunnen kamerleden met een motie de minister vragen ('dwingen') iets te doen, zoals een wetsvoorstel maken. Met een motie van wantrouwen kan de Eerste- of Tweede Kamer het vertrouwen in een minister of staatssecretaris opzeggen. Indien de motie na stemming wordt aangenomen, zal de minister of staatssecretaris over het algemeen opstappen.

Recht van vragen

Het recht om leden van het kabinet mondelingen of schriftelijk vragen te stellen. Valt onder de controlerende taak. Leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben dit recht. Kabinetsleden moeten deze vragen beantwoorden.

Rechtbank

Plaats waar rechtszaken worden behandeld. De rechtbank bestaat uit de sector kanton, sector strafrecht, sector civiel en sector bestuursrecht. Is de verdachte of aanklager het niet eens met uitspraak? Dan kan diegene in hoger beroep gaan. De zaak wordt dan opnieuw behandeld, door het gerechtshof.

Rechterlijke Macht

De macht in een staat (land) die bepalen wie zich wel en niet aan de wet houden. Voor meer info, zie: Trias Politica.

Rechtsstaat

Een staat (land) waarvan de macht geregeld en beperkt wordt door het recht. Dit staat vastgelegd in de grondwet.

Recidiveren

Draaideur crimineel. In herhaling vallen: steeds woorden opgepakt voor (dezelfde) delicten.

Referendum

Bij een referendum mogen kiezers (burgers) zich rechtstreeks ergens over uitspreken. Dit kost veel geld, maar geeft burgers wel meer invloed. Een referendum kan bindend zijn (dan moet de regering, gedeputeerde staten of college van b en w zich er aan houden) of adviserend zijn (dan kan het dagelijks bestuur zelf beslissen of ze er iets mee doen). De verschillende voor- en nadelen kun je hier (referendum) vinden.

Referentiekader

Normen en waarden die je hebt meegekregen in je leven. De manier waarop je naar de wereld kijkt oftewel over dingen denkt. Speelt een sterke rol bij het stemmen op een politieke partij, hoeveel invloed de media op je heeft etc.

Regeerakkoord

Afspraak tussen de coalitiepartijen over wat zij de komende 4 jaar (tot er weer Tweede Kamer verkiezingen zijn) willen veranderen in Nederland. Hierin staan plannen voor wetten en de begroting. Ieder parlementair jaar wordt het akkoord bijgesteld. Dit wordt bekend gemaakt op prinsjesdag. Feedback krijgen de partijen dan tijdens de Algemene Beschouwingen.

Regering

De ministers en het staatshoofd, het dagelijks bestuur van Nederland. Zijn afkomstig van de coalitiepartijen, schrijven de begroting, stellen de meeste wet(swijzigingen) voor en zijn dus dagelijks verantwoordelijk voor het land. Let op: de staatssecretarissen zitten niet in de regering, wel in het kabinet. De regering heeft als taak het regeerakkoord uit te voeren en heeft als taken: 1. de begrotingen opstellen en aanpassen 2. wetten voorstellen.

Rentmeesterschap

Goed zorgen voor wat God ons heeft gegeven. Een standpunt van de christelijke stroming.

Repatriëren

(latijn: re = "wederom, terug", patria = "vaderland"): naar het vaderland (Nederland) terugkeren. Nederlanders die na de onafhankelijk van Indonesië terugkeerde naar Nederland waren bijvoorbeeld repatrianten.

Representatieve functie

Taak (functie) van bijvoorbeeld de Koning en de Burgemeester: Gastheer voor bezoeken buitenlandse staatshoofden, Nederland/de Gemeente vertegenwoordigen etc. Het gezicht zijn van... Daarnaast heeft de Koning de Ceremoniële functie, Politieke functie en de Symbolische functie.

Repressie

Terugdringen van crimineel gedrag, zoals arresteren of beboeten. Dit is vooral aan de hand bij zwaardere criminaliteit. Bij veelvoorkomende criminaliteit ligt de nadruk op preventie.

Requisitoir

Strafeis van de officier van justitie. De officier van justitie leest op basis van het bewijs een strafeis voor. Stap 5 van een rechtszitting .

S

Sector Bestuursrecht

Afdeling van de rechtbank die bestuurlijke zaken als bouwvergunning, vreemdelingenzaken etc. behandelen. Enkelvoudige kamer (één rechter). Daarnaast heb je nog de sector kanton, sector strafrecht en sector civiel.

Sector Civiel

Afdeling van de rechtbank die burgerlijke zaken zoals scheidingen, schulden etc. behandeld. Daarnaast heb je nog de sector kanton, sector strafrecht en sector bestuursrecht.

Sector Kanton

Afdeling van de rechtbank die overtredingen behandelen. Enkelvoudige kamer (één rechter). Daarnaast heb je nog de sector strafrecht, sector civiel en sector bestuursrecht.

Sector Strafrecht

Afdeling van de rechtbank die misdrijven behandeld. Meervoudige kamer (meerdere rechters). Daarnaast heb je nog de sector kanton, sector civiel en sector bestuursrecht.

Secularisatie

Land waar geloof en staat (bestuur) gescheiden zijn: het geloof heeft geen invloed op de wetgeving. Kenmerk van veel landen met een westerse cultuur.

Seizoenswerkloosheid

Werkloosheid die wordt veroorzaakt in beroepstakken met een zware werkdruk in één bepaald deel van het jaar (strandhouders, skihotel etc.).

Selectieve perceptie

Mensen onthouden dingen op basis van hun eigen normen en waarden. Hierover is ook een beïnvloedingstheorie: de selectieve perceptietheorie .

Sociale klasse

Mensen die ongeveer even hoog staan op de maatschappelijke ladder, behoren tot dezelfde sociale klasse. Wordt bepaald door status, macht en inkomen. Zo heb je de bovenklasse (bijv. artsen), middenklasse (bijv. docenten) en onderklasse (bijv. vakkenvullers).

Sociale mobiliteit

Stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder (en dus bij een andere sociale klasse gaan horen). Door bijvoorbeeld een opleiding te doen of ontslagen te worden kun je stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.

Sociale ongelijkheid

Ongelijke verdeling van spullen en ongelijke behandeling van mensen/groepen in een maatschappij. Door de maatschappelijke arbeidsverdeling ontstaat er een sterkere sociale ongelijkheid in een maatschappij. Dit omdat mensen verschillende maatschappelijke posities innemen. Zo heb je de eigenaar van een fabriek, de leidinggevende van een fabriek, de werknemers die aan de lopende band werken en de schoonmakers. Zij hebben door het werk allen een andere plek op de maatschappelijke ladder. Dit was anders geweest als iedereen zelf een auto helemaal in elkaar zou zetten.

Sociale partners

Benaming voor werkgevers en werknemers. Werknemers worden vertegenwoordigd door een vakbond, werkgevers door een werkgeversorganisatie.

Sociale rol

Je houding, gedrag en manier van handelen dat van je verwacht wordt als je aan het werk bent. Dit heeft invloed op de bedrijfscultuur van een bedrijf.

Sociale verzekeringen

Verzekeringen die je beschermen tegen inkomstenverlies door ontslag, ziekte, ouderdom etc. Deze worden automatisch betaald / ingehouden van je bruto loon, uitkering of bijstand en maken sociale voorzieningen mogelijk. Hoeveel je betaald, hangt van je loon en leeftijd. Er zijn 2 soorten sociale verzekeringen: Volksverzekeringen betaalt die 18 jaar of ouder is óf als je een bijbaan heeft verplicht. Zo betaal je voor de AOW (algemene ouderdomswet) en Algemene nabestaandenwet (Anw). Werknemersverzekeringen betaald iedereen die in loondienst werkt verplicht. Zo betaal je voor de ziektewet, de werkloosheidswet (WW) en de Wet inkomen en arbeid (WIA). Deze verzekeringen maken de verzorgingsstaat mogelijk.

Sociale voorzieningen

Voorzieningen die je krijg door sociale verzekeringen, zoals de WW, Anw en WIA. Voor meer informatie, zie: sociale verzekeringen .

Socialistische stroming

SP, PvdA, GL, PvdD, 50+, DENK, (PVV) Ook wel linkse partijen genoemd. Zijn vaak progressief. Mens en Werk Willen een zo’n klein mogelijk verschil tussen arm en rijk, vinden het de taak van de overheid om de burgers te zorgen (sterke verzorgingsstaat), willen daarvoor duidelijke wetten en vinden dat rijke mensen meer belastingen moeten gaan betalen en armere mensen minder. Multiculturele samenleving Vinden dat immigranten welkom zijn, vinden het de taak van de overheid om te helpen bij integratie en vinden dat de Nederlandse cultuur kan veranderen door de komst van immigranten.

Spreekbuisfunctie

Meningen onder de aandacht brengen. Een politieke mediafunctie (Democratische besluitvorming). Door het direct contact met de burger kan de pers een spreekbuis vormen voor wat er leeft in de samenleving. In sommige gevallen kan de pers zoveel aandacht geven aan een onderwerp dat het de publieke opinie beïnvloedt, en/ of dat het op de politieke agenda komt.

Staatshoofd

De leider van een land. In Nederland is dat officieel de Koning. In Nederland is onze Koning het staatshoofd en lid van de regering, al heeft hij niet meer zoveel macht als vroeger en is zijn rol meer traditioneel geworden: de Minister President is in Nederland het hoofd van de regering. Dat is bijvoorbeeld heel anders in Amerika, waar de president het staatshoofd is en juist veel macht heeft.

Staatssecretaris

Lid van het kabinet, ondersteunt de minister bij een ministerie. Zo is er een staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en een Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Een staatssecretaris treedt namens de minister op als de minister dat nodig vindt. Niet alle ministeries hebben een staatssecretaris. Wordt gekozen door de coalitiepartijen nadat het regeerakkoord is geschreven.

Stereotypen

Groepen waar vooroordelen over zijn. Oftewel: een vaststaand, simpel beeld over een groep. Bijvoorbeeld: De stereotype boer draagt klompen, het stereotype student drinkt veel alcohol.

Structurele werkloosheid

Werkloosheid die wordt veroorzaakt door vraag en aanbod voor arbeidsplaatsen. Dit kan komen omdat bijvoorbeeld te veel mensen hetzelfde beroep willen uitoefenen. Er is dan een overschot op de arbeidsmarkt.

Symbolische functie

Taak (functie) van de Koning: Koningsdag, Prinsjesdag, lintjes uitdelen etc. Daarnaast heeft de Koning de Ceremoniële functie, Politieke functie en de Representatieve functie.

T

Theorie van selectieve perceptie

Volgens deze theorie worden mensen soms beïnvloed door de media, maar soms ook niet: dit is afhankelijk van hun referentiekader. Mensen nemen waar op basis van hun referentiekader (normen en waarden die je hebt meegekregen in je leven). Informatie die daar niet bij past, wordt niet waargenomen. Sommige communicatiedeskundigen zijn dan ook van mening dat de media alleen die mensen kan bereiken, die ervoor open staan. Ook bestaan nog de injectienaaldtheorie, multi-step-flow theorie, de media als betekenisgever en de agendatheorie.

Trias Politica

Politiek systeem waarbij de macht is verdeeld over 3 machten: de trias politica (de driemachtenleer). · Wetgevende macht: mensen die wetten maken · Uitvoerende macht: mensen die de wetten uitvoeren · Rechtelijke macht: mensen bepalen wie zich wel en niet aan de wet houd In Nederland ziet de trias politica er als volgt uit: De wetgevende- en uitvoerende macht zijn dus niet helemaal gescheiden in Nederland, omdat de regering zowel wetten moet uitvoeren als wetten kan voorstellen.

Troonrede

Het staatshoofd leest op Prinsjesdag de plannen en begroting van het kabinet voor het komende parlementaire jaar voor. Geschreven door de ministers. Het kabinet maakt ieder parlementair jaar nieuwe plannen en daarbij een nieuwe begroting (op basis van het regeerakkoord wat de coalitiepartijen aan het begin van de kabinetsformatie hebben gemaakt). Dit jaar begint altijd op de derde dinsdag van september tot het jaar daarna. Het staatshoofd (de Koning) leest de nieuwe plannen en begroting voor: de Troonrede. Daarna gaat de Minister van Financiën met de miljoenennota (begroting) naar de Tweede Kamer. De dagen daarna praat debatteert de minister-president samen met de andere ministers met de leden van de Tweede Kamer over de plannen. De politieke partijen in de Kamer zeggen dan waar ze het mee eens zijn of doen zelf andere voorstellen. Deze debatten duren enkele dagen en noem je de algemene beschouwingen.

Tweede Kamer

150 landelijke volksvertegenwoordigers van verschillende fracties, onderdeel van het parlement. Direct gekozen door het volk. Hieruit komen de coalitiepartijen, het kabinet en zo de regering voort. Voor meer informatie, zie: Parlement.

U

Uitvoerende Macht

De macht in een staat (land) die de wetten uitvoeren. Voor meer info, zie: Trias Politica.

V

Vaderland

Het land waar je geboren bent, waar je bent opgegroeid.

Vakbond

Belangenorganisatie die opkomt voor werknemers. Mensen kunnen lid worden van een vakbond door maandelijks geld te betalen (contributie). De vakbond ondersteunt je dan als je een conflict hebt met je werkgever omdat hij of zij zich niet aan de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) houd, onderhandeld met de werkgeversorganisatie over het loon dat je beroep in Nederland moet verdienen en de arbeidsvoorwaarden en organiseert stakingen als zij en de werknemers vinden dat ze te weinig verdienen. Er zijn verschillende vakbonden voor verschillende sectoren, zoals Algemene Onderwijs Bond (AOb) voor docenten en FNV is meer algemeen (voor verschillende sectoren).

Vandalisme

Het moedwillig beschadigen of vernietigen van objecten die iemand anders toebehoren.

Verblijfsvergunning

Officiële toestemming een land te wonen en werken. Mensen die uit de meeste landen buiten de Europese Unie (EU) komen óf mensen uit de EU die naar een land er buiten gaan, hebben een verblijfsvergunning nodig om er te werken en wonen. Een tijde verblijfsvergunning is meestal maximaal 1 jaar geldig, een permanenten verblijfsvergunning 5 jaar.

Verdrag van Maastricht

In 1992 opgesteld document waarin staat dat alle burgers uit de Europese Unie (EU) binnen de EU vrij mogen werken en wonen.

Verenigde Naties

Internationale organisatie, opgericht in 1945, waarin bijna alle landen ter wereld samenwerken om de mensenrechten te bewaken. Waar nodig sturen zijn bijvoorbeeld soldaten ('blauwhelmen') om de bevolking te bewaken. Deze soldaten komen dan uit verschillende landen.

Vergrijzing

Er komen steeds meer oudere mensen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er erg veel kinderen geboren (babyboom). Deze generatie mensen gaat deze jaren met pensioen. Hierdoor zijn er naar verhouding erg weinig mensen die werken, waardoor er eigenlijk te weinig geld binnenkomt (belastingen) om voor de oudere generatie te zorgen in onze verzorgingsstaat.

Vermogenscriminaliteit

Criminaliteit waarbij het gaat om materiële winst, vaak ten kosten van iemand anders. Bijvoorbeeld diefstal, heling (gestolen spullen doorverkopen), fraude (oplichten, verduisteren) of witwassen.

Verordening

Plaatselijke aanvulling op een landelijke wet. Zoals een verbod om te roken in een bepaald natuurgebied en plannen maken voor de manier waarop zij met hun begroting om gaan. De verordeningen en plannen worden behandeld in de Provinciale Staten of gemeenteraad. Zij moeten hierbij wel rekening houden met de landelijke politiek (of, in het geval van de gemeenteraad, met de provincie).

Verzorgingsstaat

Systeem waarin de staat (overheid) sterk verantwoordelijkheid is voor het welzijn van haar burgers. Zoals voor de gezondheidszorg, het onderwijs, de werkgelegenheid en de sociale zekerheid. In Nederland hebben wij, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog (1945) een verzorgingsstaat. Voorbeelden van de verzorgingsstaat zijn dat je: • een uitkering (geld) kunt krijgen als je werkloos bent • door een zorgverzekering te betalen zonder (veel) extra kosten naar de dokter, de tandarts of het ziekenhuis kunt • als je oud bent naar een verzorgingstehuis kunt

Visum

Officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven. Mensen die uit de meeste landen buiten de Europese Unie (EU) komen óf mensen uit de EU die naar een land er buiten gaan, hebben een visum nodig. Vaak is dit een stempel in je paspoort en/of los document. Een visum is meestal maximaal 3 maanden geldig.

Vluchtelingenverdrag van Genève

In 1951 door de VN opgesteld document waarin staat dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar ze gevaar lopen. Landen die dit hebben ondertekend moeten zich er aan houden (waaronder Nederland). Het verdrag schrijft echter niet voor hoe of door welk land vluchtelingen moeten worden opgevangen.

Volksvertegenwoordigers

Mensen die door verkiezingen zijn gekozen om het volk te vertegenwoordigen. Het gaat in Nederland om alle politici die in het land, de provincie of de gemeente in het gekozen bestuur zitten, zoals de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de Gemeenteraad.

Volksverzekeringen

Sociale verzekeringen voor 18+/mensen met een bijbaan, voor onder andere de AOW (algemene ouderdomswet) en Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze worden automatisch betaald / ingehouden van je bruto loon, uitkering of bijstand maken sociale voorzieningen mogelijk. Hoeveel je betaald, hangt van je loon en leeftijd. Er zijn 2 soorten sociale verzekeringen: Volksverzekeringen betaalt die 18 jaar of ouder is óf als je een bijbaan heeft verplicht. Zo betaal je voor de AOW (algemene ouderdomswet) en Algemene nabestaandenwet (Anw). Werknemersverzekeringen betaald iedereen die in loondienst werkt verplicht. Zo betaal je voor de ziektewet, de werkloosheidswet (WW) en de Wet inkomen en arbeid (WIA). Deze verzekeringen maken de verzorgingsstaat mogelijk.

Vonnis

De uitspraak van de rechter.

Vooroordeel

Oordeel over iemand zonder dat je hem of haar kent, bijvoorbeeld op basis van afkomst of sekse.

Voorzitter van de Tweede Kamer

Zit de vergaderingen voor van de Tweede Kamer. Wordt gekozen nadat de Tweede Kamer is samengesteld na de verkiezingen. Blijft dus lid van de Tweede Kamer en stemt ook gewoon mee over bijvoorbeeld een wet.

Vrije Verkiezingen

Verkiezingen waarbij burgers hebben het recht om vrij en anoniem volksvertegenwoordigers te kiezen. Kenmerk van een parlementaire democratie. Volgens de westerse landen, zoals Nederland, zijn de verkiezingen eerlijk als iedereen (die aan de regels voldoet) mag stemmen en zich verkiesbaar mag maken, alle partijen toegang hebben tot de media etc.

Vrijwilligerswerk

Collecteren, sporten etc. Onbetaald en onverplicht. Maatschappelijk belangrijk, geen winstoogmerk en kost de arbeidsmarkt geen banen

W

Waarden

Iets wat je goed, belangrijk waardevol vindt. Op basis van waarden ontstaan vaak normen.

Wegenverkeerswet

Hierin staat al het gedrag dat strafbaar kan worden gesteld in het verkeer. Voorbeelden: door rood rijden (overtreding) of rijden onder invloed (misdrijf). Daarnaast heb je ook nog het wetboek van strafrecht, wet economische delicten en de opiumwet.

Werkgeversorganisatie

Belangenorganisatie die opkomt voor werkgevers. Ondersteunen werkgevers vooral als er nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) wordt gemaakt.

Werknemersverzekeringen

Sociale verzekeringen voor mensen die in loondienst werken, voor onder andere de ziektewet, de werkloosheidswet (WW) en de Wet inkomen en arbeid (WIA). Deze worden automatisch betaald / ingehouden van je bruto loon, uitkering of bijstand maken sociale voorzieningen mogelijk. Hoeveel je betaald, hangt van je loon en leeftijd. Er zijn 2 soorten sociale verzekeringen: Volksverzekeringen betaalt die 18 jaar of ouder is óf als je een bijbaan heeft verplicht. Zo betaal je voor de AOW (algemene ouderdomswet) en Algemene nabestaandenwet (Anw). Werknemersverzekeringen betaald iedereen die in loondienst werkt verplicht. Zo betaal je voor de ziektewet, de werkloosheidswet (WW) en de Wet inkomen en arbeid (WIA). Deze verzekeringen maken de verzorgingsstaat mogelijk.

Werkverhoudingen

De manier waarop werkgevers en werknemers met elkaar omgaan, welke normen en waarden belangrijk zijn binnen een bedrijf. Dit heeft invloed op de bedrijfscultuur van een bedrijf.

westerse cultuur

De manier van denken en doen van de westerse mensen. West-Europa, noord-Amerika, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland. Cultuurkenmerken zijn onder andere: kleding, geloof, muziek, tradities, eten en gedachten over seksualiteit. Kenmerken van de westerse cultuur zijn onder andere: • Christelijk geloof • ik-cultuur • Kapitalisme • Gelijkheid man/vrouw • Secularisatie De andere landen hebben een niet-westerse cultuur.

Wet

Geschreven regel. Een door de overheid vastgestelde regel die voor iedereen geld, op basis van de waarden in een maatschappij. Wetten worden gemaakt door de wetgevende macht: de regering en het parlement. Lees hier (tablad 2: wetgeving) hoe dit gaat.

Wet Economische Delicten

Hierin staat al het gedrag dat strafbaar kan worden gesteld op het gebied van economische overtredingen en misdrijven. Voorbeelden: de belasting niet betalen of dingen smokkelen. Daarnaast zijn er ook nog het wetboek van strafrecht, de wegenverkeerswet en de opiumwet.

Wetboek van Strafrecht

In dit wetboek staan alle bepalingen over strafbaar gedrag (wat strafbaar is, wat de straf is etc.). Voorbeelden: iets stelen, een moord plegen (misrijven) of op verboden terrein komen, wildplassen (overtredingen) Daarnaast heb je ook nog het wetboek van strafrecht, wet economische delicten en de opiumwet.

Wetgevende Macht

De macht in een staat (land) die de wetten maakt. Voor meer info, zie: Trias Politica.

Wij-cultuur

De groep/familie is belangrijker dan het individu. Kenmerk van veel landen met een niet-westerse cultuur.

Witteboordencriminaliteit

Fraude, belastingontduiking en verduistering. Slecht zichtbaar, moeilijk te bestraffen. Personen uit midden- en hogere milieus doen relatief veel aan deze vorm van criminaliteit.

X

Xenofobie

Angst voor het onbekende. Bijvoorbeeld: Wanneer er een nieuwe groep in de samenleving komt (bijvoorbeeld vluchtelingen), kan dit angst voor de gevestigde groep (de groep die er al was) zorgen. Het gaat dan niet om de groep zelf, maar om het feit dat deze groep nieuw en onbekend is.

Z

Zwevende kiezer

Iemand die niet verbonden is aan een partij of politicus; hij of zij stemt bij de verkiezingen op de partij (politicus) die op dat moment het beste lijkt. Partijen willen rondom verkiezingen graag de zwevende kiezers voor zich winnen, omdat hun keuze nog niet vast staat (anders dan bijvoorbeeld mensen die lid zijn van een partij).